Wout is 25 en heeft het syndroom van Down. Hij volgde binnen het regulier onderwijs de richting logistiek. Vandaag werkt hij als vrijwilliger in bibliotheken, ziekenhuizen en bij Hogeschool Gent. Wij spraken met hem en zijn mama Mieke over school, werk en inclusie.
“Inclusief onderwijs betekent voor mij: iedereen hoort erbij,” vertelt Wout.
Voor Wout en zijn gezin was een inclusief schooltraject vanzelfsprekend. Natuurlijk had hij aanpassingen en ondersteuning nodig, maar hij deed meestal hetzelfde als zijn klasgenoten. “Wout deed ook examens mee. Daar had hij, net als andere leerlingen, wel wat stress voor,” herinnert Mieke zich.
Door overleg en samenwerking werden uitdagingen opgelost. Mieke vertelt over een moment in het vijfde leerjaar: “De juf was gedreven en fantastisch, maar haar snelheid botste met Wouts tempo. ’s Morgens zat hij nog met het journaal of de gesprekken aan de ontbijttafel in zijn hoofd, en dan moest hij meteen aan het werk in de klas. Dat lukte niet altijd.”
De oplossing was eenvoudig: “We maakten voor Wout een aangepast werkblaadje met de boodschap: ‘dit is verplicht’. Thuis had Wout geleerd dat verplicht betekent dat het echt móét gebeuren en dat er niet over te onderhandelen valt. Het werkte: zonder assistentie kon hij ’s ochtends direct starten. De juf was tevreden, en Wout ook. Een kleine aanpassing voorkwam ergernis en gaf hem autonomie.”
Ook in het secundair onderwijs bleek de houding van leerkrachten cruciaal. “De leerkracht Engels in het derde middelbaar was geweldig,” zegt Mieke. “Wij vroegen wat ze van ons nodig had, maar zij zei: ‘Het is mijn taak om dingen aan te passen, want hij is mijn leerling.’”
Maar soms stuitte het gezin ook op sceptische vragen: “Moet die jongen wel Frans en Engels leren? Later in het dagcentrum heeft hij daar toch niets aan?”
Mieke vindt dat dit veel zegt over hoe de samenleving naar mensen met een handicap kijkt: “Ik heb zelf Latijn-Grieks gedaan in het middelbaar, nooit is in vraag gesteld of ik daar later iets mee zou zijn.”
Het bleek bovendien dat Wout talent had. “Hij is ontzettend goed in talen,” zegt Mieke trots.
Tijdens een congres in de Verenigde Staten over Disability Studies vertelde Wout in het Engels over een gedicht dat hij had geschreven naar aanleiding van de aanslagen in Parijs. Zijn lerares Engels besloot daarop: “Kijk eens wat Wout heeft gedaan. Hij mag hierover vertellen. Dat is zijn examen in plaats van een traditioneel examen.” Een voorbeeld van vertrouwen in zijn talent.
Wout hecht ook veel waarde aan correcte taal: “Ik ben een echte Belg, ik woon niet in Mongolië. Trisomie 21 en Downsyndroom zijn de juiste termen,” benadrukt hij.
Na zijn afstuderen wilde Wout net als zijn zussen en broer aan de slag.
“Ik werk nu. Ik doe geen stage meer,” zegt hij met vanzelfsprekendheid, bijna protesterend tegen de aannames van anderen.
Hij werkt als vrijwilliger op verschillende locaties: logistieke taken in een ziekenhuis, inventarisbeheer in schoolbibliotheken, en ondersteuning bij Hogeschool Gent. “Ik heb veel werk. Mijn agenda zit vol.”
Persoonlijke assistenten helpen hem bij structuur, taakovergangen en vervoer, maar Wout voert zijn taken zelf uit en neemt verantwoordelijkheden op zich. “Hij doet misschien niet exact dezelfde taken als zijn collega’s, maar hij is een enorme hulp,” zegt Mieke.
Ze nuanceert daarbij het vaak gehoorde label ‘zinvolle dagbesteding’: “Natuurlijk is zijn werk zinvol. Maar dat zeg je toch ook niet over de job van iemand zonder handicap?”
Het gezin is al vaak op het systeem gebotst. “Ons dossier voor het persoonlijke-assistentiebudget (PAB) werd in 2002 ingediend,” zegt Mieke. “We kregen het budget pas in 2019. Zeventien jaar later. Elk jaar wachten betekent verloren kansen.”
De zin die haar het meest is bijgebleven stond in een officiële brief: ‘Uw situatie is niet schrijnend genoeg.’ “Intussen ging ik niet werken om Wout te ondersteunen,” vertelt ze. “Maar een sterk netwerk mag geen straf zijn.”
Mieke benadrukt dat persoonsvolgende financiering cruciaal is voor school, werk en vrijwilligersactiviteiten. Jarenlang wachten op een budget en hervormingsplannen die bestedingsmogelijkheden willen beperken, ondermijnen de rechten van mensen met een handicap.
Wout hoopt vooral dat hij kan blijven werken. “Veel werkgevers of beleidsmakers weten niet dat mensen zoals Wout dit kunnen,” vertelt Mieke. “Ze kennen het gewoon niet.”
Zijn werk is belangrijk, voor hem en voor zijn werkgevers. Met de juiste ondersteuning kan hij verantwoordelijkheid nemen, zijn talenten inzetten en echt iets betekenen.
Dat dit kan, moet normaal zijn, niet uitzonderlijk. De toekomst van mensen met een handicap hangt vaak niet af van hun vaardigheden, maar van de keuzes die wij als samenleving maken.
Zeventien jaar wachten op een budget, hervormingsplannen die beperkingen aan de bestedingsmogelijkheden willen opleggen, werkgevers die niet weten wat mogelijk is: dát zijn de echte hindernissen. Als we willen dat mensen zoals Wout volwaardig kunnen deelnemen, moet het systeem veranderen. Niet hij.
Heb je zelf ook een straf verhaal, een pakkende getuigenis of een mooie ervaring die je met anderen wilt delen? Laat je gegevens hier achter. We kunnen dan samen bekijken op welke manier we je verhaal het best tot zijn recht laten komen.