Advieslijn 03 808 22 99

Vermaatschappelijking volgens Peter Lambreghts

Geschreven op vr 6 november, 2015 door Peter Lambreghts in de categorie Opinie

Vermaatschappelijking volgens Peter Lambreghts

De voorbije maanden interviewde Onafhankelijk Leven een reeks ‘bekende koppen’ in de sector om hun kijk op vermaatschappelijking van de zorg te geven. Jo Vandeurzen sloot als bevoegde minister deze reeks af. Met veel belangstelling las  ik deze interviews . Het is boeiend om deze  interpretaties van vermaatschappelijking naast elkaar te plaatsen. Wat zijn de verschillende invalshoeken?  Zijn er parallellen en grote tegenstellingen? Na dat allemaal wat te laten bezinken geef ik ook graag mijn bedenkingen en mijn kijk op de zaak.

De voorbije maanden interviewde Onafhankelijk Leven een reeks ‘bekende koppen’ in de sector om hun kijk op vermaatschappelijking van de zorg te geven. Jo Vandeurzen sloot als bevoegde minister deze reeks af. Met veel belangstelling las  ik deze interviews . Het is boeiend om deze  interpretaties van vermaatschappelijking naast elkaar te plaatsen. Wat zijn de verschillende invalshoeken?  Zijn er parallellen en grote tegenstellingen? Na dat allemaal wat te laten bezinken geef ik ook graag mijn bedenkingen en mijn kijk op de zaak.

 

Levensbelangrijk debat

Vermaatschappelijking van de zorg is alleszins één van de meest besproken onderwerpen van het jaar in de sector voor personen met een beperking. We zitten in Vlaanderen volop in een grote hervorming van de organisatie van zorg en ondersteuning van mensen met een beperking. Een hervorming die veel te lang op zich liet wachten.
Met het perspectiefplan 2020 en het decreet persoonsvolgende financiering is ze wel in gang gezet en ondertussen op kruissnelheid gekomen. Althans op het beleidsniveau. Mensen met een beperking en hun families merken er in de praktijk nog niets van, maar ook dat verandert in de komende jaren.

Het is belangrijk en ook nodig om dit debat te voeren. Het gaat over een veranderingsproces dat gevolgen zal hebben voor heel wat mensen, misschien wel voor iedereen. Vermaatschappelijking gaat tenslotte toch over verandering in de hele samenleving, niet? Beleidsmakers zullen op de veranderingen afgerekend worden. Voor zorgverstrekkers gaat het over hun job. En wij, personen met een beperking zijn zonder twijfel de grootste stakeholder.

Voor ons gaat het over het verschil tussen vrijheid en afhankelijkheid of iets daar tussenin. Over deel zijn van onze samenleving of niet. Voor ons is het van levensbelang, niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk. 

 

Alert blijven

Als vermaatschappelijking van zorg wil zeggen dat de overheid zijn verplichtingen tegenover ons, personen met een beperking, van zich afschuift is dat natuurlijk een ramp en heel erg fout. Dat is het doemscenario waarbij de concentrische ondersteuningscirkels in een watervalsysteem gebruikt, zeg maar misbruikt worden. In het interview met oud minister van welzijn Mieke Vogels kwam deze bekommernis sterk naar voor, maar zij is zeker niet de enige die wijst op deze nefaste interpretatie van vermaatschappelijking van de zorg.

Huidige minister Vandeurzen, zijn kabinetsmedewerkers en hoge ambtenaren verzekeren keer op keer dat dit niet het geval zal zijn. Maar het is duidelijk dat we hier heel alert moeten blijven. Zeker in de context van wachtlijsten en verdeling van de schaarste. Meer doen met dezelfde middelen, zoals de minister het stelt, mag naar mijn mening inderdaad een belangrijke doelstelling zijn. Een reëel gevaar is dat deze logica omslaat in bezuinigingen en afbraak van rechten.

In Nederland en het Verenigd Koninkrijk zagen we de laatste jaren hoe overheden hun  verantwoordelijkheden naar mensen met een beperking afbouwen en botte besparingen maskeren met mooie terminologie. De Nederlandse regering heeft het over decentralisatie en de participatiesamenleving. In Engeland introduceerde men het welluidende ‘Personal Independence Payment’. Ook onderzoeker Koen Hermans verwijst in ons interview met hem naar de impact van besparingen op mensen met een beperking in die landen.

We willen toch niet verzanden in situaties waarbij we als gezinnen en personen met een beperking moeten gaan smeken bij de buren of god weet wie om onze ondersteuningsnoden in te vullen. Als je morgen als persoon met een beperking iedereen voortdurend moet aanklampen om alsjeblief nog eens een keertje naar de bakker of de apotheek te lopen, of om je op de WC pot te helpen en misschien wel de billen vegen ook, dan is het vlug afgelopen met vermaatschappelijking en de warme inclusieve samenleving.

 

Wederkerigheid

Vermaatschappelijking werkt alleen als er sprake is van wederkerigheid. Als je als persoon met een beperking iets terug kan geven, iets kan bijdragen. Dan helpt het natuurlijk als je echte persoonlijke assistentie hebt, met de flexibiliteit van een cash budget. Dat ik daar de grootste voorstander van ben weten jullie uiteraard wel. Meer nog, volgens mij ontnemen we iemand met een beperking de volle kansen op vermaatschappelijking, in de goede betekenis van het woord, als die niet over zo’n budget kan beschikken. Dan hangt als persoon met een beperking isolement en afhankelijkheid voortdurend als een reëel gevaar boven je hoofd. 

Hier raakt het hele debat rond vermaatschappelijking het debat over zorgvernieuwing. De reorganisatie van de financiering van zorg en ondersteuning in Vlaanderen moet artikel 19 van het VN Verdrag voor de rechten van personen met een handicap respecteren. Onze overheid heeft zich verplicht tot het garanderen van ondersteuning aangepast aan de individuele noden en keuze van personen met een beperking in functie van onafhankelijk leven in, en deelnemen aan, de samenleving. Voor mij moeten we vermaatschappelijking in deze context begrijpen en vooral ook zo toepassen.

 

Veel op het spel

Als vermaatschappelijking in Vlaanderen zou uitdraaien op stappen terug in plaats van vooruitgang, zoals dat in Nederland aan de hand blijkt te zijn, is dat uiteraard een absolute mislukking die ons, mensen met een beperking als grootste stakeholders het hardst zou treffen. Er staat dus veel op het spel.

Anderzijds mogen we niet verkrampen uit angst of uit wantrouwen. We kunnen allemaal vol op de rem gaan en dan wellicht blijven steken op een status quo. Maar is dat wat we willen? Als beweging van mensen met een beperking eisen we toch al heel lang een grote omslag in het beleid. Om het geld niet meer uit te geven aan bedden en plaatsen bij de erkende diensten en voorzieningen maar om het rechtstreeks naar ons, mensen met een beperking, te laten gaan. Zodat we zelf kunnen bepalen hoe dat het beste gebruikt wordt. De persoonsvolgende financiering zal een jaarlijks bedrag van zo’n 1,2 miljard euro aan de mensen zelf toedelen in plaats van aan erkende diensten.

Vanuit ons gedachtegoed, de independent living visie zeg maar, is dat iets waar we voluit voor gaan. Zodat alle mensen met een beperking de mogelijkheid krijgen zelf hun ondersteuning aan te sturen en net als andere burgers een leven kunnen leiden in en als deel van de samenleving. Net zoals artikel 19 voorschrijft willen we ondersteuning in functie van onafhankelijk leven en participeren in de maatschappij. Zo wil ik vermaatschappelijking vertaald en uitgewerkt zien, als synoniem voor de-institutionalisering, voor transitie van collectieve opvang naar zelf aangestuurde ondersteuning in de maatschappij.

 

Maatschappelijke verandering

Een andere, vaak gestelde vraag in dit hele debat is of onze maatschappij vandaag wel klaar is om samen te leven en rekening te houden met mensen met beperkingen. Volgens mij een beetje een zinloze vraag, zeker als die suggereert dat je zou moeten afwachten tot een later, meer geschikt moment. Daarop kan je eeuwig blijven wachten.

Het is mij ondertussen wel duidelijk dat de samenleving zich maar aanpast in de mate dat ze daartoe aangestuurd wordt. Hoe meer we mensen met een beperking blijven doorverwijzen naar aparte busjes, aparte scholen, aparte werkplaatsen en woonvoorzieningen hoe minder ze deel kunnen nemen aan het publieke leven en hoe minder stimulans er is naar vermaatschappelijking. Heel logisch. Door middel van een eigen budget kan je alternatieven vinden voor die aparte circuits.

Dat betekent wel dat je vaak botst op barrières, onbegrip, uitsluiting en soms ook flagrante discriminatie. Maar een echt alternatief is er niet, tenzij berusten en zelf gaan geloven dat je er inderdaad niet bij hoort. Het is wel hoopgevend dat je als persoon met een beperking vaak merkt dat juist door naar buiten te komen je de samenleving rond je gaat sensibiliseren.

Zo kwam ik een tijdje geleden een vriend uit mijn schooltijd tegen. Tijdens ons hele gesprek vertelde hij dat hij nog steeds actief was als leiding in de jeugdbeweging. Daar had zich onlangs voor het eerst een jongetje in een rolstoel aangemeld. Mijn vriend vertelde dat hij verbijsterd stond over hoe de medeleiders de vraag van die jongen in een rolstoel bleven problematiseren terwijl er in zijn ogen toch helemaal niet zo moeilijk over moest worden gedaan. Hij trok zelf de conclusie dat de negatieve houding van de andere jeugdleiders er aan moest liggen dat zij in tegenstelling tot hem, nooit op een inclusieve manier omgang met mensen met een beperking hadden gehad.

Door direct contact van mens tot mens creëer je zo meer openheid en begrip, en ook vaak een deel spontane ondersteuning. Vermaatschappelijken als werkwoord zeg maar. We hebben in elk geval nog veel werk voor de boeg.

 

Peter Lambreghts
 

< Terug naar nieuwsoverzicht

Lid worden

Als lid van Onafhanklijk Leven vzw geniet je van interessante voordelen.

Ontdek de voordelen

Ontvang onze laatste nieuwtjes

Door jouw gegevens in te vullen, ga je akkoord met onze privacy policy.

Volg ons via social media

Klik hier en praat met ons mee

Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies.

Akkoord