Advieslijn 03 808 22 99

"Vermaatschappelijking van de zorg kan geen eufemisme zijn voor besparingen"

Geschreven op do 8 oktober, 2015 door Marianne Callebaut in de categorie Invloed op het beleid

"Vermaatschappelijking van de zorg kan geen eufemisme zijn voor besparingen"

Wie neemt ondersteuning voor personen met een beperking op in de maatschappij? Wie is verantwoordelijk, waar stopt die verantwoordelijkheid en hoe zit het met de keuze van de persoon zelf? Een belangrijk debat dat de naam ‘vermaatschappelijking van de zorg’ kreeg. Om het debat levend te houden en om deze bezorgdheden bespreekbaar te houden, vroegen wij de mening van enkele ‘bekende’ personen in de sector voor personen met een beperking. In dit interview beantwoordt Hendrik Delaruelle enkele vragen over vermaatschappelijking van de zorg.

Wie neemt ondersteuning voor personen met een beperking op in de maatschappij? Wie is verantwoordelijk, waar stopt die verantwoordelijkheid en hoe zit het met de keuze van de persoon zelf? Een belangrijk debat dat de naam ‘vermaatschappelijking van de zorg’ kreeg.

Niet iedereen verstaat hetzelfde onder dat begrip en dat leidt bij sommigen tot bezorgdheden. Zal ik verplicht worden om gebruik te maken van reguliere diensten? Moeten mijn vrienden voor mijn ondersteuning instaan, ook als ik dat niet wil?
Om het debat levend te houden en om deze bezorgdheden bespreekbaar te houden, vroegen wij de mening van enkele ‘bekende’ personen in de sector voor personen met een beperking.

In het interview hieronder geeft Hendrik Delaruelle meer uitleg over hoe hij dit begrip ziet. Hendrik is algemeen directeur van het Vlaams Welzijnsverbond. Dat is de koepel van een groot aantal voorzieningen in de Jeugdhulp en gezinsondersteuning, ondersteuning van personen met een handicap en kinderopvang.

 


Hoe zou u vermaatschappelijking van de zorg beschrijven?

Naargelang de manier waarop je het begrip leest, kan het de ene of de andere kant uitgaan. Iedereen geeft zijn eigen lezing aan het begrip en dat brengt een debat op gang dat best interessant is. Maar het zorgt ook voor onrust.  
Meer en meer wordt de verzorgingsstaat lijnrecht tegenover de participatiesamenleving geplaatst. In de verzorgingsstaat zijn de burgers overwegend passief solidair door belastingen te betalen die democratisch verkozen politici inzetten o.a. in zorg. In de participatiesamenleving zijn de burgers dan overwegend actief solidair, ze steken zelf concreet de handen uit de mouwen om o.a. zorg te verstrekken.

In die twee uitersten heb je aan de ene kant de overheid die alles doet en de burger niets en aan de andere kant de burger die de handen uit de mouwen steekt en de overheid die niets doet.  Als je het begrip van vermaatschappelijking van de zorg negatief leest, moeten burgers dan maar actief worden in gevallen waar de overheid bepaalde zaken niet of niet langer subsidieert.
Als met ‘vermaatschappelijking van zorg’ dan bedoeld wordt dat de overheid zich terug trekt en enkel nog rekent op de actieve solidariteit van de burgers dan is dat een zeer negatieve lezing van het begrip. Dat is platte besparing en burgers met zorgvragen overlaten aan de goodwill van de directe omgeving. Voor zo’n vermaatschappelijking pas ik wel degelijk. Als je het positief leest, ga je uit van een situatie waar je de mogelijkheden in je omgeving bekijkt, maar waar de overheid inspringt wanneer je door omstandigheden geen beroep meer kan doen op je omgeving.

De vraag of passieve solidariteit in vraag kan of mag gesteld worden en of er meer actieve solidariteit mag verwacht worden vind ik op zich wel een legitieme vraag. Die vraag mag gesteld worden, voor zover de ondersteuning voor personen met een handicap en hun kwaliteit  van leven gegarandeerd blijft. De vraag kan gesteld worden, het antwoord mag nooit dwingend zijn. Als het netwerk van een persoon verplicht wordt om de ondersteuning over te nemen of als een persoon met een handicap verplicht wordt zich door mantelzorgers te laten ondersteunen terwijl hij zijn leven anders wenst uit te bouwen, dan wordt het een problematisch verhaal. Het is voor mij dus altijd een én én verhaal.

Voor mij betekent ‘vermaatschappelijking van zorg’ dat de overheid haar burgers met zorgvragen de kans geeft om een kwaliteitsvol leven uit te bouwen en dit liefst in de samenleving met solidaire, warme mensen en in de samenleving ondersteund door reguliere of gespecialiseerde diensten en voorzieningen als het nodig is.

Was het dat niet wat we met inclusie bedoelden? Een droom? Misschien wel. We hebben nog een hele weg af te leggen maar we moeten er blijven aan werken.

Je kan en mag aan mensen vragen om actief solidair te zijn maar we moeten ook realistisch zijn. Het is een illusie te denken dat professionele ondersteuning automatisch kan vervangen worden door informele zorg.   Het netwerk waarin je leeft kan immers wijzigen, dat is iets dynamisch. Als je buurman bijvoorbeeld geregeld helpt bij kleine zaken, maar verhuist, dan wijzigt je situatie. Als zoiets wegvalt, moet die passieve solidariteit er zijn. Als de persoon met een beperking niet meer op die context kan rekenen, moet er op een andere manier ondersteuning gegeven worden. We mogen er ook niet van uitgaan dat ieder persoon zo’n uitgebreid netwerk heeft. Vrienden maken, een uitgebreid sociaal leven, goede buren … voor velen een onbereikbaar ideaal. Eenzaamheid is nooit ver weg. Het is goed dat er appèl wordt gedaan op de overheid en burgers, maar de kwaliteit van leven staat voorop. Vermaatschappelijking van de zorg kan dan ook geen eufemisme zijn voor besparingen. De overheid kan zich dus nooit terugtrekken.

 

Hoe ziet u vermaatschappelijking van de zorg binnen het kader van de zorgvernieuwing en persoonsvolgende financiering?

Wij zijn steeds mee voortrekker geweest van persoonsvolgende financiering, we staan hier volledig achter. Het is een goede evolutie dat een persoon met een handicap zelf de middelen krijgt om zijn zorg te organiseren en zo de regie van zijn leven in handen krijgt. Vanuit een positieve visie op vermaatschappelijking zitten hierin zeker heel wat kansen. Ook voorzieningen krijgen een totaal nieuwe rol in het nieuwe model. Zij willen samen met de actoren van de andere cirkels instaan voor een zo inclusief mogelijke oplossing op maat van de hulpvrager. Wij werken momenteel aan een ‘inclusietoets’ waarmee voorzieningen zichzelf een spiegel voorhouden hoe inclusie-bevorderend ze werken.
Het samenspel tussen informele en professionele zorg kan hopelijk makkelijker worden opgebouwd maar het zijn nooit communicerende vaten, het één kan niet zonder het andere.

 

De bezorgdheid leeft bij mensen dat hun keuzevrijheid beperkt wordt door de concentrische cirkels. Dat ze zeer sterk aangestuurd worden om zoveel mogelijk gebruik te maken van de eerste 4 cirkels. Denkt u dat mensen zich terecht of onterecht zorgen maken?

‘The proof of the pudding is in the eating’ vind ik hier een gepaste uitspraak. Persoonsvolgende financiering kent binnenkort zijn uitrol en dan zal blijken of mensen zich terecht of onterecht zorgen maken. Maar het is niet onlogisch dat mensen zich zorgen maken.

Het is logisch dat mensen zich zorgen maken in een situatie van schaarste. Heel veel mensen wachten op ondersteuning. Dan is het normaal dat mensen dit soort vragen stellen. Zal ik mijn budget krijgen? Zal mijn budget hoog genoeg zijn voor kwaliteitsvolle ondersteuning? Aansluitende bij mijn vorige punt, vind ik het wel legitiem om de vraag te stellen welke mogelijkheden er zijn binnen de concentrische cirkels. Maar als je die cirkels beschouwt als een systeem waarbij je maar op de vijfde cirkel beroep kan doen als alles uitgeput is, dan hebben we een fundamenteel probleem. Anders wordt het weer een eufemisme van iets dat we niet willen. We moeten de cirkels dynamisch bekijken.

Het model van de concentrische cirkels zal ook maar echt werken als er zorggarantie is. Pas als de garantie er is dat persoonsvolgende budgetten kunnen worden aangepast als het nodig is, zullen mensen met een gerust hart zelf een deel van de ondersteuning dragen. 

 

Hoe ziet u vermaatschappelijking van de zorg in verhouding tot andere maatschappelijke tendensen zoals langer werken en meer werken?

Er is hier net een conceptnota “visie naar 2050” binnengekomen. Deze nota heeft de Vlaamse Regering net voorgesteld. Ik heb het document zelf nog niet kunnen doornemen, maar ik wil graag lezen hoe de overheid rekening gaat houden met kansen om zorg te vermaatschappelijken en meer inclusief te organiseren. Ik ben benieuwd wat de overheid gaat voorzien om de mobiliteit van mensen met een beperking te verbeteren. En wat de plannen zijn op vlak van huisvesting, onderwijs  enzovoort. zodat de maatschappij meer toegankelijk zal worden.

Langer werken staat niet noodzakelijk haaks op vermaatschappelijking van de zorg, maar het zorgt wel voor een spreidstand. Als je twee dertigers rond een tafel zet, dan spreken ze al gauw over de opvang van hun kinderen. Als je twee vijftigplussers rond de tafel zet, dan is de zorg voor hun ouder wordende en zorgbehoevende ouders, een onderwerp dat vrij snel wordt aangesneden. Er wordt dus al heel wat gevraagd van mensen op vlak van mantelzorg. Veel, zo niet de meeste vijftigplussers gaan uit huis werken en nu dus ook langer. Ik hoor nu al veel mensen die met een soort schuldgevoel zitten omdat ze te weinig kunnen doen voor hun ouders.  Incentives om al dan niet tijdelijk zorg te dragen voor iemand anders ontbreken vooralsnog.

Actieve solidariteit en langer werken maakt de periode waarin je actief solidair kan zijn kleiner. Dat maakt het er niet gemakkelijker op en het plaatst mensen soms voor een dilemma.

< Terug naar nieuwsoverzicht

Lid worden

Als lid van Onafhanklijk Leven vzw geniet je van interessante voordelen.

Ontdek de voordelen

Ontvang onze laatste nieuwtjes

Door jouw gegevens in te vullen, ga je akkoord met onze privacy policy.

Volg ons via social media

Klik hier en praat met ons mee

Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies.

Akkoord