Advieslijn 03 808 22 99

Nederland voert VN Verdrag in: Interview met Otwin Van Dijk

Geschreven op zo 24 januari, 2016 door Peter Lambreghts in de categorie Nieuws

Nederland voert VN Verdrag in: Interview met Otwin Van Dijk

Donderdag 21 januari 2016 zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Nederland eindelijk het VN Verdrag voor de rechten van personen met een handicap heeft aangenomen. Daarmee is Nederland een van de hekkensluiters in Europa. De invoering van het verdrag is niet van een leien dakje gegaan. We hadden hierover een goed gesprek met Otwin Van Dijk, zelf een rolstoelgebruiker en lid van de Tweede Kamer (Nederlandse parlement).

Donderdag 21 januari 2016 zal de geschiedenis ingaan als de dag waarop Nederland eindelijk het VN Verdrag voor de rechten van personen met een handicap heeft aangenomen. Daarmee is Nederland een van de hekkensluiters in Europa. De invoering van het verdrag is niet van een leien dakje gegaan. We hadden hierover een goed gesprek met Otwin Van Dijk, zelf een rolstoelgebruiker en lid van de Tweede Kamer (Nederlandse parlement).

 

Hallo Otwin, eerst en vooral gefeliciteerd. Heb je er een feestje van gemaakt vorige donderdag toen de kogel eindelijk door de kerk was?


Nou en of! Het was een historisch moment voor mensen met een beperking in Nederland! Eindelijk werd het VN-verdrag voor rechten voor mensen met een handicap door de Tweede Kamer aangenomen. Daarnaast kreeg ook mijn amendement, dat regelt dat toegankelijkheid de norm wordt en ontoegankelijkheid de uitzondering, een meerderheid. Nederland wordt daarmee de komende jaren toegankelijk gemaakt voor mensen met een beperking. Het gaat daarbij om het openbaar vervoer, scholen, horecagelegenheden, openbare gebouwen, websites, enzovoort. Voor mij was het aannemen van het VN verdrag een van de belangrijkste redenen waarom ik de Nederlandse politiek in wilde. Nu dat gelukt is ben ik best wel trots.

 

Kan je jezelf even voorstellen? Wie ben je en wat doe je?


Ik ben Otwin van Dijk, 40 jaar en getrouwd met Karin. Ik ben sinds drie jaar lid van de Tweede Kamer, het Nederlandse huis van afgevaardigden en woordvoerder zorg. Daarvoor ben ik acht jaar wethouder (lokaal bestuurder) geweest in de stad Doetinchem. Op mijn achttiende heb ik een ongeluk gehad waardoor een cervicale dwarslaesie heb opgelopen. Dat betekende dat ik in een rolstoel terecht kwam. Dan kom je er pas goed achter hoeveel er eigenlijk ontoegankelijk is voor mensen met een beperking. Het openbaar vervoer, veel openbare gebouwen en die horecagelegenheden waar je voorheen zo gemakkelijk instapte, zijn dat ineens niet meer. Dat moet ook anders kunnen vond ik, wél toegankelijk worden gemaakt.

 

Wilde je altijd al in de politiek gaan of ben je er toevallig ingerold?


Ik ben opgegroeid in een gezin waarin veel werd gesproken over politiek. Het is er dus wel een beetje met de paplepel ingegoten zal ik maar zeggen. Als je dingen voor elkaar wil krijgen en veranderen is de politiek belangrijk. Na mijn ongeluk kwam ik in aanraking met het Nederlandse zorgstelsel. Dat is soms zó bureaucratisch. Ik kon bijvoorbeeld wel een uitkering krijgen op mijn achttiende, maar niet een vervoersregeling om te gaan studeren zodat ik later mijn eigen boterham kon gaan verdienen. Die vervoersregeling had ik nodig omdat het Nederlandse openbaar vervoer nauwelijks toegankelijk is voor rolstoelers. Ik vond het maar raar: wel een uitkering, geen vervoersregeling. Als je mensen met een beperking stimuleert om zoveel mogelijk ook te studeren en te werken haal je het beste uit mensen en bespaart het ook op de sociale zekerheid. Ik schreef een brief naar de Tweede Kamer. Dat had succes. De wetgeving werd aangepast. Zo kon ik, en met mij vele andere gehandicapten, gaan studeren. Vijf jaar later was is afgestudeerd als jurist. Ik merkte dat politiek ertoe doet. Ik werd lid van de PvdA, de Nederlandse sociaal-democratische partij.

Otwin Van Dijk doet TV interview

 

Is het belangrijk dat mensen met een beperking politieke functies opnemen?


Jazeker! Ik geloof heel erg in een inclusieve samenleving. Dat betekent dat mensen met een beperking zichtbaar zijn. Dat je letterlijk een samenleving hebt waar je elkaar tegenkomt. Dat kan gaan om de jongen met een verstandelijke beperking die werkt als vakkenvuller in de supermarkt om de hoek. De cabaretier die je ziet op TV die blind is. En een parlementslid in een rolstoel. Als politicus met een beperking neem je bovendien ook je eigen ervaring mee. Voor mij is het zorgdossier geen papieren verhaal. Je weet waarover je het hebt. Ik denk dat het goed is als meer mensen met een beperking politiek actief worden.

 

Nederland staat in het buitenland eerder bekend als een progressief land met een goed sociaal beleid, al horen we de laatste jaren ook wel eens heel andere geluiden klinken. Hoe komt het dat het zo lang geduurd heeft voor jullie het verdrag invoeren?


Nederland is ook een progressief land met een goed sociaal beleid. Maar soms ook wel een beetje met een kruideniersmentaliteit hoor. "Wat kost dat wel niet allemaal?" "Wat zijn de consequenties van het verdrag?" Dat soort geluiden hoorde je lang. Voordat ik Tweede Kamerlid werd ben ik ook voorzitter geweest van Alles Toegankelijk. Dat was een landelijk samenwerkingsverband tussen patiëntenorganisaties en ondernemersverenigingen. Het had tot doel het aannemen van het verdrag voor te bereiden. Bovendien om praktisch te laten zien dat het toegankelijk maken van goederen en diensten, design for all, helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn. Patiëntenorganisaties snappen ook wel dat toegankelijkheid stapsgewijs moet gebeuren. Ondernemersverenigingen dat mensen met een beperking ook consumenten zijn. Maar het is natuurlijk wel schandalig dat zo'n rijk land als Nederland zo lang heeft gedaan om het VN verdrag aan te nemen.

 

Uiteindelijk leek de goedkeuring van het verdrag eind vorig jaar een feit te worden. Maar het politieke debat moest blijkbaar nog eens over de eindejaar vakantie worden getild. Ook dinsdag kwam het er in het Kamerdebat nog niet uit en moest er blijkbaar nog geduwd en getrokken worden om tot een politiek akkoord te komen. Wat heeft het zo moeilijk gemaakt?


Nou dat was inderdaad nog best spannend. In Nederland is er momenteel een coalitie tussen sociaal-democraten en liberalen. Er bestond een diepgaand verschil van mening tussen de liberalen en mij over hoe het verdrag moet worden uitvoerder. Dat ging met name om mijn amendement om overheden en ondernemers te verplichten om te werken aan toegankelijkheid. Dat amendement had ik samen met GroenLinks (Groenen) en ChristenUnie (een kleine sociaal-christelijke partij) ingediend. De liberalen voelen helemaal niets voor zo'n verplichting. Zij willen toegankelijkheid niet verplichten en overlaten aan bedrijven zelf. Die zelfregulering hebben we in Nederland de afgelopen decennia gehad. Dat heeft niet veel opgeleverd. Als je dan bijvoorbeeld kijkt naar het verschil met de Verenigde Staten. Dat land heeft vijfentwintig jaar geleden al de radicale keuze voor toegankelijkheid voor iedereen gemaakt. De Americans with Disabilities Act heeft er voor een enorme doorbraak gezorgd. Het wordt tijd dat we dat ook in Nederland gaan doen. Mijn amendement beoogt ook zo'n doorbraak in toegankelijkheid te creëren. Het betekende drie Kamerdebatten, schorsingen en een pittige clash in de coalitie. Twee christelijke partijen hebben nog wat aanpassingen op m'n amendement voorgesteld om onredelijke toegankelijkheidseisen te voorkomen. Uiteindelijk kon er donderdag worden gestemd. De Tweede Kamer stemde voor het aannemen van het VN verdrag en er was bovendien een ruime Kamermeerderheid voor mijn amendement. De liberalen hebben daar uiteindelijk wel tegen gestemd.

 

Wat heeft jouw amendement over toegankelijkheid precies voor ogen?


Ik vind dat toegankelijkheid de norm moet worden en ontoegankelijkheid de uitzondering. Nu is dat vaak nog andersom. Het betekent bijvoorbeeld dat het openbaar vervoer toegankelijk moet worden gemaakt. Net als openbare gebouwen, horecagelegenheden, musea, enz. Maar ook websites. Die zijn voor mensen die blind zijn nu vaak nog niet raadpleegbaar. Wist je bovendien dat slechts 7% van de Nederlandse overheidswebsites voldoet aan de webrichtlijnen toegankelijkheid? Uiteraard hoeven onredelijke aanpassingen niet. Een historisch kasteel waar een hotel in gevestigd is hoeft echt niet een oude toren af te breken om er een glazen lift voor in de plaats te stellen. Maar veel is best eenvoudig aan te passen zodat het toegankelijk wordt. Vaak is een plankje voor de deur al genoeg om een winkel in te kunnen. Het hoeft bovendien allemaal niet op stel of sprong. Als je volgend jaar je website als bedrijf toch aanpakt of een gebouw over twee jaar wordt gerenoveerd, neem dan toegankelijkheid mee. Dat wordt nu verplicht. Zo kunnen we binnen een aantal jaren Nederland toegankelijk maken voor iedereen. Eigenlijk heel logisch toch?

 

Waarom was er zo veel weerstand tegen dat amendement?


Met name de ondernemersverenigingen en de liberale regeringspartij waren faliekant tegen de wettelijke verplichting om toegankelijkheid te regelen. Ze vreesden onnodige regels en kosten voor ondernemers. De afgelopen weken is er overigens een flinke campagne gevoerd door patiëntenorganisaties vóór mijn amendement. Bijzonder was de campagne van Wij Staan Op! Dat is een groep jongvolwassen gehandicapten. Zij startten via social media de actie #jekomternietin, je komt er niet in. Mensen met een beperking gaven allerlei voorbeelden van situaties die te maken hadden met ontoegankelijkheid. Geweldige voorbeelden. Bijvoorbeeld van een winkel die eerst wel toegankelijk was, maar na een verbouwing niet meer. Of een invalidentoilet die bereikbaar is met een trap. Of een nieuwgebouwde school met een gigantische trappenpartij voor de deur. Of een kinderspeeltuin met zo'n smal hekje dat een moeder in een rolstoel er niet doorheen kan. Die actie was in Nederland twee dagen lang trending topic op twitter. Er was dus zowel weerstand als steun voor het amendement. Dan weet je wel dat het ergens over gaat.

 

De ratificatie is natuurlijk een belangrijke stap, maar het echte werk moet nog beginnen met de implementatie. Heb je er vertrouwen in of verwacht je opnieuw veel vertragingsmanoeuvres en politiek gekibbel?


Wetgeving is één, maar het echte werk vindt plaats in de praktijk. Mensen moeten natuurlijk het verschil gaan merken. Ik verwacht echter dat we het in Nederland nu wel voortvarend gaan oppakken. Dat mag ook wel als je het verdrag als een van de laatste landen aanneemt. Er moeten door de regering nog nadere regels worden uitgewerkt en er wordt een bureau opgericht dat met de uitvoering aan de slag gaat. Ook komt er een nationale voorlichtingscampagne. Ik ben heel erg onder de indruk wat andere landen inmiddels doen. Denk bijvoorbeeld aan de campagne #sayyes in België. Het voordeel dat er in Nederland zoveel over gesproken is, is dat velen nu het belang wel op het netvlies hebben staan. Bewustwording is een van de belangrijkste dingen als je wil werken aan inclusie en toegankelijkheid. Dat is wel gelukt.

 

Los van het gedoe rond het VN verdrag horen we vanuit Nederland, al sinds het begin van vorige regeerperiode, alarmkreten van personen met een beperking en hun organisaties. De decentralisatie, de participatiewet, de hervormingen van het persoonsgebonden budget (PGB) en andere maatregelen lijken veel Nederlanders met een beperking hard te raken en ze opnieuw in afhankelijkheid te duwen. Mensen met een beperking betalen voor de crisis, meer nog dan andere burgers?


Nederland kent een heel goed sociaal beleid. Maar er is ook geen land ter wereld dat verhoudingsgewijs zoveel geld uitgeeft aan ouderen- en gehandicaptenzorg als Nederland. De uitgaven blijven ook heel hard stijgen. Al een paar kabinetten op een rij proberen dat in de hand te houden. Dat snap ik ook wel. Om de verzorgingsstaat te beschermen, moet je die wel betaalbaar houden. Sommigen maatregelen zijn onverstandig. Zo wilde het vorige kabinet het persoonsgebonden budget nagenoeg wegbezuinigen. Dat vond ik een slecht idee. Het is gelukkig teruggedraaid. Toch zullen we er in Nederland ook aan moeten wennen dat je soms meer zelf zult moeten betalen voor je zorg. Ouderen met een prima inkomen krijgen sinds vorig jaar bijvoorbeeld niet meer zomaar schoonmaakhulp vergoed voor hun huis. Dat zullen ze meer zelf moeten betalen als ze dat kunnen. Het Nederlandse zorgstelsel is echter ook wel erg bureaucratisch. Ik probeer als parlementariër met name daar wat aan te doen. Door mensen meer regie te geven over hun eigen zorg en overhead aan te pakken.

 

Otwin, heel veel dank voor het interview. Heb je om te besluiten nog een boodschap die je wil meegeven aan onze lezers?


Ik geloof heel erg in een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin je gewoon meedoet, ongeacht of je een beperking hebt of niet. Waar kinderen met en zonder handicap gewoon zoveel mogelijk naar dezelfde school gaan. Waar mensen met een beperking zoveel mogelijk werken en je collega zijn. Waar het openbaar vervoer, openbaar is voor iedereen. Dat gaat niet vanzelf. Een inclusieve samenleving vereist ook een toegankelijke samenleving. Je kunt niet meedoen als je letterlijk tegen drempels aanbotst. Het VN verdrag biedt daarvoor het perspectief. Fantastisch om daaraan te werken. Dat moet gebeuren door overheden, ondernemers, de samenleving, maar zeker ook door gehandicapten zélf. Dat is echt empowerment. Laten we ook vooral gebruik maken van de goede voorbeelden in Europa. Zodat we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen versterken. Werk in uitvoering dus.

< Terug naar nieuwsoverzicht

Lid worden

Als lid van Onafhanklijk Leven vzw geniet je van interessante voordelen.

Ontdek de voordelen

Ontvang onze laatste nieuwtjes

Door jouw gegevens in te vullen, ga je akkoord met onze privacy policy.

Volg ons via social media

Klik hier en praat met ons mee

Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies.

Akkoord