Advieslijn 03 808 22 99

"Je moet erop kunnen vertrouwen dat er professionele ondersteuning is wanneer nodig"

Geschreven op vr 2 oktober, 2015 door Marianne Callebaut in de categorie Invloed op het beleid

"Je moet erop kunnen vertrouwen dat er professionele ondersteuning is wanneer nodig"

Wie neemt ondersteuning voor personen met een beperking op in de maatschappij? Wie is verantwoordelijk, waar stopt die verantwoordelijkheid en hoe zit het met de keuze van de persoon zelf? Een belangrijk debat dat de naam ‘vermaatschappelijking van de zorg’ kreeg. Om het debat levend te houden en om deze bezorgdheden bespreekbaar te houden, vroegen wij de mening van enkele ‘bekende’ personen in de sector voor personen met een beperking. In dit interview geeft Vlaams parlementslid Tine van der Vloet meer uitleg hierover. 

Wie neemt ondersteuning voor personen met een beperking op in de maatschappij? Wie is verantwoordelijk, waar stopt die verantwoordelijkheid en hoe zit het met de keuze van de persoon zelf? Een belangrijk debat dat de naam ‘vermaatschappelijking van de zorg’ kreeg.

Niet iedereen verstaat hetzelfde onder dat begrip en dat leidt bij sommigen tot bezorgdheden. Zal ik verplicht worden om gebruik te maken van reguliere diensten? Moeten mijn vrienden voor mijn ondersteuning instaan, ook als ik dat niet wil?

Om het debat levend te houden en om deze bezorgdheden bespreekbaar te houden, vroegen wij de mening van enkele ‘bekende’ personen in de sector voor personen met een beperking.

Tine van der Vloet is Vlaams parlementslid voor N-VA en lid van de commissie welzijn waar ze het beleid rond personen met een beperking opvolgt. Dankzij haar vorige job in een dagcentrum heeft ze heel wat praktijkervaring. In onderstaand interview vertelt ze hoe zij vermaatschappelijking van de zorg ziet.

 

Hoe zou u vermaatschappelijking van de zorg beschrijven?

Personen met een beperking moeten aanzien worden als collega-burgers. We moeten de hindernissen en obstakels wegwerken die het personen met een beperking moeilijk maken om volwaardig te kunnen participeren in onze maatschappij. Het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap is daarbij onze gids. Belangrijk is dat niet meer in hokjes gedacht wordt.  Binnen welzijn voorzien we een persoonsvolgende financiering, maar belangrijk is dat alle andere deelaspecten van de maatschappij ervoor zorgen dat dit persoonsvolgend budget inclusief kan aangewend worden. Daartoe dient elk facet van onze maatschappij en dus ook van ons beleid inzake mobiliteit, onderwijs, media, … steeds ten volle rekening te houden met iedereen. Enkel zo kan de persoon met een beperking ten allen tijde zelf beslissen hoe men het leven wil inrichten en organiseren.


Hoe ziet u vermaatschappelijking van de zorg binnen het kader van de zorgvernieuwing en persoonsvolgende financiering?

Het is belangrijk dat onze zorg en ondersteuning meer vraaggestuurd functioneert. Organisaties en diensten die ondersteuning en zorg aanbieden, moeten vaker een ondersteunende rol spelen. Ze moeten nog meer facilitator en dienstverlener worden. Dat lukt alleen als personen met een beperking een rugzakje krijgen waarmee ze de sleutel in handen hebben om hun ondersteuning te sturen. Aan de hand van de inhoud van dat rugzakje bepaalt de persoon met een beperking zelf hoe men de ondersteuning en/of zorg organiseert. Neemt men  een of meerdere assistenten in dienst? Koopt men ondersteuning in? Doet men  dat bij reguliere diensten uit de welzijnssector (familiehulp, thuiszorg, dienstencheques …)? Of liever bij gespecialiseerde diensten of voorzieningen? Op deze manier wordt zorg op maat mogelijk. Belangrijk is ook dat onze  maatschappij mee evolueert naar een bredere kijk betreffende personen met een beperking. We moeten allemaal focussen op hun mogelijkheden in plaats van naar hun beperkingen te kijken.

 

De bezorgdheid leeft bij mensen dat hun keuzevrijheid beperkt wordt door de concentrische cirkels. Dat ze zeer sterk aangestuurd worden om zoveel mogelijk gebruik te maken van de eerste 4 cirkels. Denkt u dat mensen zich terecht of onterecht zorgen maken?

Het is essentieel dat iedere persoon met een beperking de kans krijgt om een op maat gesneden, individueel ondersteuningsplan op te stellen. Dat plan geeft duidelijk aan welke ondersteuning men wenst, wanneer men die wenst en in welke mate men die wenst. Een dergelijk plan houdt rekening met de specifieke situatie en context en bepaalt hoe de zorg en ondersteuning kan worden geregeld. Hoe je het ook draait of keert, het belangrijkste bij het opstellen van het plan is dat de persoon zelf zijn ideale  ondersteuning kan opgeven. Het is daarbij belangrijk dat goed wordt nagedacht hoe de eerste 4 cirkels  kunnen worden benut, dit is immers een voorwaarde voor een goede integratie in onze maatschappij. De focus mag daarbij niet enkel op cirkel 1 en 2 (jij zelf en je gezin) liggen, maar zeker zo belangrijk zijn cirkel 3 en 4, namelijk je vrienden, kennissen, buren,… en Diensten van het OCMW, Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW), gezinszorg en kinderopvang. Hoe belangrijk het ook is om op deze cirkels te kunnen terugvallen, het moet draagbaar blijven voor je omgeving, dat is in ieders belang. We moeten er blijvend op letten dat de draagkracht van eenieder niet mag overschreden worden. Zorg voor de zorgende is hierbij dan ook heel belangrijk.  Daarom moet je erop kunnen vertrouwen dat cirkel 5, de professionele zorg en ondersteuning die het VAPH biedt, er is wanneer nodig, en net daar wringt op dit moment het schoentje. Heel wat mensen kunnen rekenen op de diensten van het VAPH, er staan er echter ook nog op de wachtlijst die hier niet terecht kunnen. Net door deze omschakeling naar PVF en door de 330 miljoen euro aan uitbreidingsbudget die deze legislatuur wordt voorzien moet het aantal mensen die beroep kunnen doen op deze diensten of op andere initiatieven sterk kunnen toenemen.

 

Hoe ziet u vermaatschappelijking van de zorg in verhouding tot andere maatschappelijke tendensen zoals langer werken en meer werken?

We leven alsmaar langer en om onze sociale zekerheid betaalbaar te houden moeten we inderdaad ook langer werken. Goed is dat de federale regering besliste tot een uitbreiding van het tijdskrediet met 12 maanden, specifiek voor mensen die voor hun kinderen (tot 8 jaar) willen zorgen, voor mensen die een ziek familielid verzorgen of voor palliatieve zorg. Zo zal het gemotiveerd tijdskrediet 48 maanden bedragen en is het mogelijk om in moeilijke periodes zelf ook tijd vrij te maken voor mantelzorg. Wat belangrijk is vanuit het beleid is dat we blijvend oog moeten hebben voor zaken als  kortopvang. Zulke vormen van opvang kunnen voor een verademing  zorgen voor hen die de zorg dagdagelijks opnemen.  Daarnaast moeten we  blijven inzetten om iedereen in onze samenleving mee te betrekken, door hen erop te wijzen hoe belangrijk deze inclusiviteit is voor de mensen. Zo moeten we bouwen aan een zo breed mogelijke maatschappelijke basis waarop deze mensen kunnen terugvallen wanneer ze het nodig hebben.

< Terug naar nieuwsoverzicht

Lid worden

Als lid van Onafhanklijk Leven vzw geniet je van interessante voordelen.

Ontdek de voordelen

Ontvang onze laatste nieuwtjes

Door jouw gegevens in te vullen, ga je akkoord met onze privacy policy.

Volg ons via social media

Klik hier en praat met ons mee

Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies.

Akkoord