Advieslijn 03 808 22 99

"de keuzevrijheid van de persoon met een handicap staat centraal"

Geschreven op vr 16 oktober, 2015 door Marianne Callebaut in de categorie Invloed op het beleid

"de keuzevrijheid van de persoon met een handicap staat centraal"

Wie neemt ondersteuning voor personen met een beperking op in de maatschappij? Wie is verantwoordelijk, waar stopt die verantwoordelijkheid en hoe zit het met de keuze van de persoon zelf? Een belangrijk debat dat de naam ‘vermaatschappelijking van de zorg’ kreeg. Om het debat levend te houden en om deze bezorgdheden bespreekbaar te houden, vroegen wij de mening van enkele ‘bekende’ personen in de sector voor personen met een beperking. In dit interview beantwoordt James Van Casteren, administrateur generaal van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), enkele vragen over vermaatschappelijking van de zorg.

Wie neemt ondersteuning voor personen met een beperking op in de maatschappij? Wie is verantwoordelijk, waar stopt die verantwoordelijkheid en hoe zit het met de keuze van de persoon zelf? Een belangrijk debat dat de naam ‘vermaatschappelijking van de zorg’ kreeg.

Niet iedereen verstaat hetzelfde onder dat begrip en dat leidt bij sommigen tot bezorgdheden. Zal ik verplicht worden om gebruik te maken van reguliere diensten? Moeten mijn vrienden voor mijn ondersteuning instaan, ook als ik dat niet wil?

Om het debat levend te houden en om deze bezorgdheden bespreekbaar te houden, vroegen wij de mening van enkele ‘bekende’ personen in de sector voor personen met een beperking.

In het interview hieronder geeft James Van Casteren meer uitleg over hoe hij dit begrip ziet. Als administrateur generaal van het VAPH is hij dagelijks betrokken bij de praktische uitwerking van persoonsvolgende financiering, waaraan dit begrip via de concentrische cirkels geregeld gekoppeld wordt.

 

Hoe zou u vermaatschappelijking van de zorg beschrijven?

Vermaatschappelijking van de zorg is voor Het VAPH onlosmakelijk verbonden met de vraag van mensen met een handicap om de eigen regie over hun leven in handen te krijgen, op weg naar een volwaardig burgerschap. Vermaatschappelijking van de zorg is een cruciale voorwaarde die moet ingevuld worden, opdat volwaardig burgerschap dagdagelijkse realiteit kan worden.

Je kunt iemand een budget geven voor de organisatie van diens ondersteuning, maar zolang die in zijn omgeving op meer drempels dan mogelijkheden botst – wat vandaag nog al te vaak het geval is- is er nog veel werk aan de winkel. Mensen met een handicap willen immers meer opties om hun ondersteuning te organiseren, dan alleen de mogelijkheid om naar een klassieke voorziening te moeten gaan (de-institutionalisering). Dat zien we bij het VAPH ook in onze cijfers: procentueel stijgt het aantal vragen naar het persoonlijke assistentiebudget de laatste jaren sterk, terwijl de vraag naar de klassieke ondersteuning daalt lichtjes.

Vermaatschappelijking blijft een enorme uitdaging, die alleen welzijn of het beleid voor mensen met een handicap ver overschrijdt. Inclusie als woord en intentie gaat immers al lang mee, de weg ernaar is nog te veel vol hindernissen. Gelukkig geven recente evoluties aan dat aan die weg wordt getimmerd. Denk aan bv. het M-decreet, een heel belangrijke stap vooruit voor vele jongeren met een handicap.

We zien vandaag dat  vele mantelzorgers vrezen  dat de vermaatschappelijking van de zorg niet anders betekent dat alles nu van hen moet komen. Een niet onterechte vrees in de nog te weinig inclusieve samenleving zoals we die vandaag kennen. In een inclusieve samenleving waar zorg als een gedeelde verantwoordelijkheid wordt beleefd, zullen echter ook zij, net als de mensen met een handicap, over meer mogelijkheden kunnen beschikken om ondersteund te worden. Wanneer  beroep kan worden gedaan op  gewone, inclusieve  diensten  zoals poetsdienst, thuiszorg, kinderopvang, openbaar vervoer,… dan zal dat voor iedereen kansen creëren.

Mensen met een handicap hebben er hard voor gestreden, dat deze visie vandaag via het beleid mee vorm krijgt. Eerst en vooral door deze ambitie door de Verenigde Naties in een conventie te laten opnemen  - meer bepaald in het intussen bekende artikel 19.  Daarin staat niet alleen de zelfregie en de de-institutionalisering voorop, maar ook de voorwaarde daartoe: dat de samenleving zich inclusief organiseert.

België en dus ook Vlaanderen hebben zich geëngageerd om aan die conventie uitvoering te geven. In Vlaanderen gebeurt die invulling vandaag in de Welzijnssector en meer bepaald de VAPH-sector vanuit het Perspectiefplan 2020. Dat benoemt drie pijlers om de regie van hun ondersteuning aan de mensen zelf te geven. Het zijn: de vermaatschappelijking van de zorg, de persoonsvolgende financiering en de toename van het budget. Die drie mogen niet los van elkaar worden gezien, integendeel. In Vlaanderen gaat het daarbij, in tegenstelling tot sommige buurlanden, vandaag niet over een verhaal van besparingen.

Voor ons, VAPH, is het een verhaal van uitdagingen, van meer te kunnen doen, van meer mogelijkheden aansnijden, van gewoon als het kan, speciaal als het moet. Van het mogelijk maken voor degen die het kan om gewoon te participeren in de samenleving, zoals iedereen. Zodat die niet langer als enige optie heeft om naar een VAPH voorziening te moeten stappen, bij gebrek aan alternatief. En om, voor wie de grootste ondersteuningsnood heeft, die ondersteuning te kunnen garanderen via de handicapspecifieke VAPH-sector, zij het dan vanuit ook daar een veel meer flexibele benadering.

Tegelijkertijd is het nodig, om de vermaatschappelijking mee te helpen vorm te geven, om van de persoonsvolgende financiering een daadwerkelijk instrument te maken dat zelfregie toelaat. Dat is onze bijzondere uitdaging, daar werken we nu heel hard, op een participatieve manier, in samenwerking met talrijk betrokken actoren.

De zorg voor mensen met een handicap moet in onze samenleving een gedeelde verantwoordelijkheid worden. Dat kan:  door in plaats van drempels in te bouwen, van bij het begin na te denken hoe een dienst, een voorwerp kan worden aangeboden zo dat die relevant is voor iedereen. Dat vraagt niet zozeer grote veranderingen, dan wel andere manieren van denken en doen. Zoals we dat ook doen voor ons milieu.


Hoe ziet u vermaatschappelijking van de zorg binnen het kader van de zorgvernieuwing en persoonsvolgende financiering?

Met het Perspectiefplan 2020 en de invoering van de persoonsvolgende financiering wordt sterk ingezet op vraaggestuurde ondersteuning. Die worden uitgebeeld via de vijf concentrische cirkels, die weergeven waar er ondersteuning kan geboden worden. Zo staat de eerste cirkel voor de persoon zelf. Om ondersteuning toe te wijzen wordt er immers expliciet vertrokken van de vraag en mogelijkheden van de persoon met een handicap. De persoon kiest zelf hoe hij/zij zijn ondersteuning wenst te organiseren, en van welke diensten hij gebruik wil maken. Dat kan zijn via de tweede cirkel, bij bv. het gezin, in de derde cirkel, bij familie, vrienden, buren,… of in de vierde cirkel: de gewone diensten. Als nodig blijft er de gespecialiseerde, handicap specifieke ondersteuning waar beroep op kan gedaan worden. Het persoonsvolgend budget kan op een flexibele manier worden ingezet, bv. in verschillende cirkels tegelijk, om zo een mooi totaalplaatje te vormen.

Wij gaan er van uit dat die cirkels niet ‘uitputtend’ moeten worden bekeken, zoals weleens wordt gesteld.  De keuzevrijheid van de persoon met een handicap staat centraal. Het budget is niet bedoeld om enkel door het VAPH vergunde zorgaanbieders  te financieren, maar kan door de persoon met een handicap evenzeer aangewend worden om assistenten, vrijwilligers, reguliere diensten, zelfstandigen, dienstencheques mee te betalen. De nieuwe systemen maken op deze manier de inzet van de verschillende concentrische cirkels mogelijk. Ook dat is vermaatschappelijking van de zorg.

We gaan er evenmin van uit dat dit gemakkelijk zal gaan. Daarom worden er diensten uitgebouwd, die mensen  daarbij ondersteuning kunnen bieden. Zo zullen mensen met een handicap beroep kunnen (niet moeten) doen op Diensten Ondersteuningsplan: om de persoonlijke mogelijkheden die de vijf cirkels in iemands omgeving bieden op vlak van ondersteuning in kaart te brengen. Ook komen er bijstandsorganisaties, voor wie zich wil laten bijstaan bij het beheer van dat budget, het afsluiten van contracten met bv. een aanbieder van zorg of een thuiszorgdienst. We verwachten dat dit alles op zich ook een positieve invloed zal hebben op ‘gewone’ diensten, om hun werkwijze aan te passen en meer inclusief te maken.

Dit alles betekent dat er ook in de klassieke VAPH sector of de voorzieningen heel wat beweegt. De beweging naar vraag gestuurde ondersteuning betekent dat  zij zich veel meer flexibel gaan organiseren en hun aanbod afstemmen op de vraag en mogelijkheden van de klant. Zij zullen zich meer en meer organiseren als sociaal ondernemer en samenwerking zoeken met diverse actoren om de ondersteuning te organiseren zoals die gevraagd wordt. Wat ook op dit niveau de vermaatschappelijking van de zorg en ook de inclusie zal bevorderen: er wordt over de muurtjes heen gekeken.

Dat geldt dan trouwens niet alleen voor de ‘voorziening’, maar ook voor bedrijven, gemeenten, andere diensten of organisaties , waar mee samengewerkt wordt. Sommigen werken trouwens al jaren vanuit de hier gegeven visie op vermaatschappelijking, denk aan pioniers zoals Mariënstede, Pegode, Tordale, … Velen slagen deze weg nu in. Elk van hen zet in op ‘community building’ of het creëren van gemeenschapsgevoel en- werking: tot voldoening en verhoging van de kwaliteit van leven van hun klanten, in het besef dat met zelfde middelen veel meer kan bereikt worden. Dat daarbij drempels worden weg genomen hoeft dan niet meer gezegd.

 

Hoe ziet u vermaatschappelijking van de zorg in verhouding tot andere maatschappelijke tendensen zoals langer werken en meer werken?

Een samenleving is voortdurend in beweging, met veranderingen moet je dus altijd rekening houden. Door de organisatie van de ondersteuning vanuit de vijf cirkels (zie hoger) te benaderen, leggen wij die ondersteuning niet bij een persoon, een organisatie, maar stimuleren we net dat diverse actoren en lagen kunnen inspringen, wat ook aan mensen met een handicap en hun mantelzorger(s) meer ademruimte zal geven.  Het zal tijd vergen: diensten passen zich aan, mensen moeten ook het vertrouwen krijgen dat ‘gewoon’ echt kan.
De tendens om mensen langer te werken volgen we van nabij. Voor de ouder wordende werkende ouder is dit immers een belangrijk gegeven, wetende  dat  bovendien de levensduur van mensen met een handicap positief evolueert.

Het gesprek over de arbeidsduurverlenging gaat meestal echter ook samen met de discussie over een meer flexibele organisatie van de arbeid en de eindeloopbaan tout court. Vanuit de visie dat de zorg vermaatschappelijkt en een gedeelde verantwoordelijkheid is, vinden  wij dat dit dan  ook een belangrijk aandachtspunt moet  zijn voor zij die dit debat nu voeren. Als VAPH steunen we daarbij de visie dat mantelzorgers die bereid zijn om een belangrijk deel van de nodige ondersteuning op zich te nemen, of dit al vele jaren hebben opgenomen, daarvoor moeten gehonoreerd worden. Ook zij leveren een belangrijke bijdrage.

< Terug naar nieuwsoverzicht

Lid worden

Als lid van Onafhanklijk Leven vzw geniet je van interessante voordelen.

Ontdek de voordelen

Ontvang onze laatste nieuwtjes

Door jouw gegevens in te vullen, ga je akkoord met onze privacy policy.

Volg ons via social media

Klik hier en praat met ons mee

Om de gebruikerservaring van deze site te verbeteren gebruikt deze website cookies.

Akkoord