dinsdag 10 maart 2009

Ervaringsbewijs voor boekhouder

Veel mensen hebben een beroep al doende geleerd, op de werkvloer, in hun eigen zaak, in hun vrije tijd, door een cursus te volgen … maar hebben nooit een officieel bewijs of diploma behaald. Ze beschikken over de nodige ervaring maar kunnen die bekwaamheid niet zwart op wit bewijzen. Daarom lanceerde de Vlaamse overheid het Ervaringsbewijs.

Het Ervaringsbewijs is dé manier om te bewijzen dat iemand de kennis en de vaardigheden van een bepaald beroep bezit. Het is een officieel bewijs van vakbekwaamheid van de Vlaamse overheid.
Het Ervaringsbewijs bestaat al voor 39 verschillende beroepen. Er worden voortdurend nieuwe beroepen aan de lijst toegevoegd. Het gaat steeds om knelpuntberoepen.


Zo gaf de overheid de opdracht aan de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) om voor het beroep van hulpboekhouder een standaard op te maken. De ontwikkelgroep binnen de SERV bestaat uit experten en vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties uit de sector. De standaard dient als ijkpunt om de competenties te evalueren van kandidaten die een Ervaringsbewijs willen behalen. De standaard is een opsomming van de kennis en vaardigheden die een medewerker moet bezitten om een beroep succesvol uit te oefenen. Hij bevat ook richtlijnen voor de beoordeling. Voor het beroep hulpboekhouder zijn er 4 kerncompetenties: factureren, inboeken, aan debiteurenbeheer doen en informatie beheren.
Om het Ervaringsbewijs te behalen neemt de kandidaat contact op met een door de overheid erkend testcentrum. Voor het beroep van hulpboekhouder kan de kandidaat terecht in 3 centra volwassenenonderwijs (CVO) in Vlaanderen : www.cvoleuven.be, www.cvoAntwerpen.be en www.avondschool.be in Gent.

De kandidaat wordt uitgenodigd voor een verkennend gesprek. De begeleider informeert de kandidaat over de procedure en de vaardigheden die nodig zijn om het Ervaringsbewijs te halen. Op het einde van het gesprek weet de kandidaat of het Ervaringsbewijs haalbaar is of niet.


De kandidaat legt een praktische proef af en toont aan dat hij/zij de kennis en vaardigheden zoals opgenomen in de standaard onder de knie heeft.
De praktische proef bestaat uit een computerproef en een rollenspel en is opgesteld conform de richtlijnen opgenomen in de standaard. De kandidaat krijgt 1 uur voorbereidingstijd en krijgt maximum 3 uur om de praktijkproef af te leggen.
De praktijkproef wordt beoordeeld door 2 beoordelaars, om de objectiviteit zoveel mogelijk te waarborgen. Wanneer de kandidaat slaagt voor de praktijkproef, krijg hij enkele weken later het Ervaringsbewijs toegestuurd.


 
Het Ervaringsbewijs is een troef waarmee werknemers en werkzoekenden sterker staan op de arbeidsmarkt. Bij het solliciteren maakt het Ervaringsbewijs uitgebreide tests overbodig. Ook bij contractbesprekingen of loopbaanbegeleiding levert dit document een sterk voordeel op. De praktijkproeven werden immers mee opgesteld door werkgevers uit de sector. Ze weten dus perfect wat het Ervaringsbewijs waard is.

Ook voor de werkgever is het Ervaringsbewijs een handig instrument.
Het is immers niet altijd makkelijk om de competenties van een kandidaat-werknemer in te schatten. Het Ervaringsbewijs zorgt voor transparantie op de arbeidsmarkt. Het toont zwart op wit dat de kandidaat over de nodige competenties beschikt. 

Het Ervaringsbewijs is een troef voor mensen die sterk willen staan in hun werk. 

Meer informatie over het Ervaringsbewijs hulpboekhouder vindt u op http://www.cvoleuven.be/ervaringsbewijs-hulpboekhouder/ en over het Ervaringsbewijs in het algemeen op www.Ervaringsbewijs.be.

dd